Diversiteit is een gegeven, inclusie het streven!
WelzijnInclusief010 van SPIOR bevordert inclusiviteit en cultuur- en religiesensitiviteit in het Rotterdamse welzijnsbeleid. Het biedt tien praktische richtlijnen, zoals een laagdrempelige aanpak, aansluiting bij de leefwereld, gebruik van rolmodellen, meertaligheid en samenwerking met lokale netwerken. Het doel is het creëren van veilige, toegankelijke ruimtes waarin alle Rotterdammers zich gehoord en betrokken voelen.
Beantwoord dan de vragen bij elk werkzame element.
Wees proactief en sluit aan op bestaande (informele) netwerken om diverse doelgroepen te bereiken, zoals actieve culturele en religieuze verenigingen in de wijk. Werk samen met vrijwilligers en sleutelfiguren die het vertrouwen genieten binnen verschillende doelgroepen. Sluit in de communicatie, locaties en tijdstippen voor bijvoorbeeld trainingen aan bij de reeds gangbare communicatielijnen, tijden en plaatsen van ontmoeting voor de doelgroep, zoals appgroepen, een buurthuis of moskee.
1. Welke bestaande netwerken gebruik ik nu effectief, en welke kan ik beter benutten?
2. Hoe kan ik vrijwilligers en sleutelfiguren ondersteunen om mijn bereik te vergroten?
3. Welke specifieke communicatiekanalen of locaties kan ik inzetten om beter aan te sluiten bij de doelgroep?
Niet alleen voor het bereik (zie vorige punt), ook voor de aansluiting op de leefwereld van ouders en hun kinderen is het van belang, dat de trainingen plaats vinden op locaties waar deelnemers zich al thuis voelen. Het welzijnsaanbod (denk bijvoorbeeld aan trainingen) vinden op deze manier letterlijk plaats in de leefwereld van de deelnemers. Deelnemers voelen zich hierdoor veiliger om zichzelf te zijn en hun persoonlijke ervaringen en (hulp)vragen te delen. Creëer binnen het aanbod ruimte voor deelnemers om hun eigen ervaringen te delen, waaronder die gevormd door iemands culturele of religieuze achtergrond, en sluit het aanbod hierop aan.
1. Welke vertrouwde locaties kan ik inzetten om mijn activiteiten toegankelijker te maken?
2. Hoe creëer ik ruimte voor deelnemers om persoonlijke verhalen te delen, en hoe gebruik ik die inzichten?
3. Welke aanpassingen kan ik direct maken om beter aan te sluiten op de specifieke behoeften van ouders en kinderen?
Deelnemers geven aan het enorm waardevol te vinden als zij onderling van elkaar kunnen leren. Herkenning en erkenning van en bij elkaar biedt troost, stelt gerust en geeft begrip, moed en perspectief aan deelnemers. Creëer daarom ruimte voor de behoefte onder deelnemers om ervaringen, perspectieven en gevoelens met elkaar uit te wisselen. Hierbij helpt het als de leefwerelden van deelnemers (enigszins) op elkaar aansluiten.
1. Welke werkvormen of activiteiten bevorderen een veilige en ondersteunende groepssfeer?
2. Hoe kan ik deelnemers helpen elkaar beter te begrijpen en herkennen?
3. Hoe stimuleer ik dat deelnemers actief leren van elkaars ervaringen?
Het bereiken van de doelgroep(en) vraagt om de nodige flexibiliteit. Dit uit zich onder andere in een flexibele omgang met de trainingstijden en indien nodig en gewenst meer of minder bijeenkomsten dan ‘de standaard’. Houdt naast verantwoordelijkheden op school of werk ook rekening met (mantel)zorgdragers, zowel in de familie en buurt als soms in landen van herkomst. Denk aan het inschakelen van een oppas als er (kleine) kinderen in het spel zijn of reiskostenvergoeding in geval van armoede. Houd in de planning ook rekening met religieuze behoeften, zoals feestdagen, een structureel kerk- of moskeebezoek en de betekenis van bijvoorbeeld de ramadan voor het dagritme van deelnemers.
1. Welke concrete aanpassingen kan ik maken in mijn planning om deelnemers beter te ondersteunen?
2. Hoe kan ik mantelzorgtaken of andere verplichtingen van deelnemers praktisch faciliteren?
3. Welke culturele of religieuze behoeften kan ik direct opnemen in mijn werkwijze?
Gebruik naast ruimte voor interactie aansprekende werkvormen zoals video’s en rollenspellen. Deze werkvormen creëren inkijkjes en soms spiegels in het herkennen van en inspelen op dagdagelijkse patronen. Het roept de nodige emoties, groepsgesprekken en inzichten op. Daarbij is het niet alleen leerzaam, maar werkt het ook verbindend voor de groep deelnemers.
1. Welke interactieve werkvormen, zoals video’s of rollenspellen, passen het beste bij mijn doelgroep?
2. Hoe kan ik groepsgesprekken beter begeleiden om zowel verbinding als leerervaringen te stimuleren?
3. Hoe waarborg ik dat deelnemers zich veilig voelen tijdens deze werkvormen?
Werk in de werving en uitvoering enerzijds samen met de meer informele sleutelfiguren van actieve (wijk)organisaties en verenigingen, en professionals binnen reguliere welzijnsorganisaties, specialisten en schoolmaatschappelijk werkers anderzijds. Fungeer op deze manier als een brug tussen informele netwerken en reguliere voorzieningen zodat beiden elkaar steeds beter weten te vinden. Waardeer, vergoed en/of betaal alle betrokkenen hierin voor hun tijd, (on)kosten en ruimte.
1. Hoe kan ik gericht samenwerken met zowel informele netwerken als professionele instanties?
2.Welke praktische stappen kan ik nemen om tijd en inzet van betrokkenen structureel te waarderen?
3. Hoe maak ik de verbinding tussen informele en formele netwerken sterker en duurzamer?
Omwille van de voertaal, de ruimte voor interactie en het belang van begrip en (h)erkenning tussen deelnemers en elkaars leefwereld kan het helpen als deelnemers dezelfde (culturele of religieuze) achtergrond of sekse delen. Zeker bij het bespreken van gevoeligheden, is alle ruimte voor vertrouwelijkheid en kwetsbaarheid, essentieel voor deelname van de doelgroep. In sommige gevallen werkt juist een heel diverse groep deelnemers het beste of maakt het niet uit. Stem dit afhankelijk van de thematiek, de bedoeling en doelgroep goed af en communiceer hier duidelijk over naar alle betrokkenen.
1. Hoe kan ik deelnemers helpen zich veilig te voelen, vooral bij gevoelige onderwerpen?
2. Welke criteria gebruik ik om de groepssamenstelling af te stemmen op het doel van de activiteit?
3. Hoe communiceer ik mijn keuzes over groepsindeling op een transparante manier naar de deelnemers?
Rotterdammers spreken meer dan 100 talen. Niet iedereen spreekt (nog) even goed Nederlands. Houd hier rekening mee in het welzijnswerk. Als deelnemers de Nederlandse taal onvoldoende machtig zijn om de training te volgen, werk dan samen met (meertalige) professionals en/of vrijwilligers die waar nodig kunnen vertalen. Voor het bereiken van alle inwoners in een diverse stad als Rotterdam met allerlei nieuwkomers is deze meertaligheid binnen het welzijn een must.
1. Welke middelen kan ik direct inzetten om taalbarrières te overbruggen, zoals meertalige vrijwilligers?
2. Hoe kan ik mijn communicatie beter afstemmen op de taalvaardigheid van mijn doelgroep?
3. Hoe integreer ik taal en cultuur beter in mijn aanbod om écht iedereen te bereiken?
Het welzijnswerk raakt vaak aan persoonlijke en gevoelige uitdagingen. Het bespreekbaar maken hiervan binnen familie- en vriendenkring is niet altijd even makkelijk, laat staan voor een ‘buitenstaander’ als een welzijnswerker. Los van gebruikelijke manieren van groeten en elkaar aanspreken is het van belang dat de trainer niet uit de hoogte overkomt als iemand die even een lesje komt leren. De trainer staat niet tegenover, maar naast de client of deelnemer.
1. Hoe zorg ik dat mijn houding en communicatie gelijkwaardig en empathisch overkomen?
2. Hoe bouw ik structureel vertrouwen op, zodat deelnemers open over persoonlijke onderwerpen kunnen praten?
3. Welke woorden en aanspreekvormen zorgen ervoor dat deelnemers zich begrepen voelen?
Voor al het bovengenoemde is het van belang dat deelnemers zichzelf kunnen identificeren met de trainer en andersom. Dit draagt bij aan het nodige begrip, veiligheid en ook eigenwaarde. Dit gaat niet enkel om kennis van of ervaring met specifieke culturele of religieuze achtergronden. Deelnemers hebben niet zelden te maken met allerlei verwachtingen en ideaalbeelden van allerlei kanten, inclusief van zichzelf. Hierdoor ontstaat er een druk om constant op de tenen te moeten lopen en je hierbinnen te moeten manoeuvreren. De ervaringen en hulpvragen van deelnemers komen het meest tot hun recht bij trainers die dit herkennen en/of zelf ook hebben doorlopen. Dit alles maakt een trainer waarmee je jezelf als deelnemer kunt identificeren zo belangrijk.
1. Hoe kan ik mijn eigen achtergrond en ervaringen authentiek inzetten om verbinding te maken?
2. Hoe kan ik deelnemers helpen omgaan met verwachtingen en druk, zodat zij zich vrij voelen?
3. Welke concrete stappen kan ik nemen om een sfeer van gelijkwaardigheid en respect te creëren?